oktober 2010
Dat het herstel op de woningmarkt niet doorzet, is van invloed op de ontwikkeling van de woningbouwproductie. De NVM constateert dat na een tegenvallend tweede kwartaal, het derde kwartaal ook geen verbetering laat zien. Het aantal verkopen loopt in het derde kwartaal harder terug ten opzichte van het tweede kwartaal in vergelijking met het bekende patroon. Bovendien staan de woningprijzen onder druk. De conclusie van de makelaars is dat het vertrouwen van de woonconsument zich nog altijd op een dieptepunt bevindt. Er heersen zorgen over de verkoopbaarheid van woningen, de woningprijzen en de hypotheekrenteaftrek. Met het nieuwe regeerakkoord is er hopelijk een eind gekomen aan de zorgen over de hypotheekrenteaftrek. De uitkomsten van het laatste onderzoek van de ING-bank over het vertrouwen op de woningmarkt, laten zien dat er al sprake is van een omslag. Het feit dat er steeds meer gebruik wordt gemaakt van de Nationale Hypotheek Garantie (NHG) geeft aan dat de woonconsument op zoek is naar zekerheid. De uitbreiding van de NHG werpt dus duidelijk haar vruchten af; ook voor nieuwbouwwoningen. Dit blijkt uit de gegevens over het derde kwartaal 2010 van de NHG.
In de woningmarktstatistieken van het Kadaster en het CBS is nog geen sprake van verbetering, aangezien deze achterlopen op de gegevens van de NVM. Toch zijn de meest actuele beschikbare gegevens met betrekking tot de woningbouw van de CBS niet alleen maar negatief. Vorige maand zagen we een verbetering in de vergunningverlening voor koopwoningen en een verbetering van het aantal gereedgekomen huurwoningen. Juli is de tweede maand op rij die deze verbetering toont. Voor de ontwikkeling van de woningproductie op de langere termijn, zijn de berichten over de dalende investeringscapaciteit van woningcorporaties en het terugschroeven van de woningbouwambities van veel grotere gemeenten geen goed nieuws. Het gaat hierbij om grootschalige stadsvernieuwingsprojecten en nieuwbouwwijken. Deze maatregelen worden voornamelijk ingegeven door het teruglopen van de grondopbrengsten voor de gemeenten. In de middelgrote en kleinere gemeenten, maakt men zich minder zorgen. Hieruit blijkt dat het herstel van de woningbouw voort moet komen uit de kleinere projecten die goed voldoen aan de vraag van de doelgroep. De aandacht voor de huursector stijgt, omdat de vraag naar huurwoningen toegenomen is. Bovendien lijken de (commerciële) huurprijzen voor woningen zich nu al te herstellen, terwijl de koopprijzen nog onder druk staan. Het wordt dus interessanter om hierin te investeren. Mogelijk kunnen commerciële partijen in het gat springen wat de woningcorporaties dreigen achter te laten en kan de woningproductie hier van profiteren.